De CREG-tarieven voor de terugbetaling van thuisgeladen elektriciteit zijn bekend voor het derde kwartaal van 2026. Ze gelden voor terugbetalingen vanaf 1 juli 2026 tot en met 30 september 2026 en worden elk kwartaal aangepast.
Voor Q3/2026 stijgt het tarief in de drie gewesten:
| Gewest | Tarief Q3/2026 |
| Vlaanderen | 0,3222 €/kWh |
| Brussel | 0,3719 €/kWh |
| Wallonië | 0,3783 €/kWh |
In Vlaanderen stijgt het tarief van 31,91 cent/kWh naar 32,22 cent/kWh. In Brussel gaat het van 35,55 cent/kWh naar 37,19 cent/kWh en in Wallonië van 36,37 cent/kWh naar 37,83 cent/kWh.
Welk tarief geldt?
Het CREG-tarief wordt bepaald op basis van de gemiddelde commerciële elektriciteitsprijzen all-in op de residentiële markt. Voor Q3/2026 gaat het om het gemiddelde van de maanden februari, maart en april 2026.
Het tarief verschilt per gewest en wordt toegepast volgens de woonplaats van de werknemer.
Werkgevers die geen onderscheid willen maken tussen de gewesten, moeten het laagste gewestelijke tarief toepassen. Voor Q3/2026 is dat 0,3222 €/kWh. Deze keuze moet vooraf duidelijk vermeld worden in de carpolicy.
Permanent fiscaal kader
De fiscus bevestigde dat het fiscale principe van de CREG-tarieven, mits voorwaarden, een permanent karakter krijgt.
Het CREG-forfait blijft een fiscaal vrijgesteld maximum. Werkgevers mogen dus ook een lager tarief toepassen, of een hoger tarief wanneer dat gebaseerd is op het werkelijk toegepaste elektriciteitstarief op de factuur van de werknemer.










